In de regel gaat dit blog over kleine stapjes: zakjes plastic die ik niet gebruik, voedingskeuzes die nét dat beetje CO2 besparen, kleding of shampoo die het milieu minder belast. Schaven aan de randjes van mijn carbon footprint.
Maar deze week heb ik een relatief grote stap gezet. Eentje die ons een rib uit ons lijf kostte én drie dagen vol herrie en stof: we hebben onze tot op het bot versleten kozijnen laten vervangen. In de nieuwe kozijnen zit HR++ glas: isolatieglas. Dat betekent dat de begane grond van onze woning nu beter geïsoleerd is en we vanaf komende winter minder gas verbruiken om die warm te stoken.
Hoéveel minder, daar ben ik overigens niet precies achter. Het blijkt lastig cijfers te vinden die helder inzicht geven in het verminderd gasverbruik van een gewoon rijtjeshuis, dat standaard dubbel glas inruilt voor HR++ glas - zoals bij ons.
Het ECN-rapport Energietrends 2014 stelt dat een gezin met HR++-glas 'nog twee keer zoveel kan besparen als met standaard dubbel glas' - een stelling waarbij verdere cijfers of uitleg ontbreken, zodat je er feitelijk geen klap aan hebt. Milieu Centraal komt met een 'jaarlijkse besparing van 430 kubieke meter gas ten opzichte van enkel glas' - daar heb je ook niks aan, want wie heeft er tegenwoordig nog enkel glas?
Dit uitgebreide rapport van een onderzoeksbureau in opdracht van Agentschap NL - mijn beste vondst - heeft het over een besparing van 5 tot 7 kubieke meter gas per vierkante meter vervangen dubbel glas, voor een huis zoals het onze. Dan kom je in een doorsnee huishouden op een gemiddelde gasbesparing van zo'n vijf procent.
Dat lijkt op het eerste gehoor niet veel. Toch ben ik er blij mee. Want die vijf procent is een percentage van het héle gasverbruik: ook dat voor warm water, koken et cetera. De besparing op energie voor verwarming (zo'n driekwart van het totale gasverbruik) is dus al wat groter, tussen de 6 en 7 procent.
Een gemiddeld Nederlands huishouden stoot jaarlijks bovendien 2.900 kilo CO2 uit door zijn gasverbruik. Wie daar 5 procent op bespaart, stoot bijna 150 kilo minder CO2 uit. In tien jaar is dat 1.500 kilo broeikasgas. Je moet heel wat kopjes koffie laten staan om diezelfde besparing te behalen.
donderdag 23 juli 2015
dinsdag 7 juli 2015
Heerlijke vieze wijn
Zon, wuivende korenvelden, klaprozen, kortom: we waren op vakantie in Frankrijk. En daar genoten we onbezorgd van Franse kersen, artisjokken en olijven, steevast vergezeld door een mooie streekwijn.
Tot we in de koele kelder van zo'n sfeervol domaine stonden, de prachtige wijngaard zelf op een paar meter afstand, en ik met een onbehaaglijk gevoel keek naar een bord met uitleg over het productieproces. Daar stond iets over de koolstofdioxide die daarbij vrijkomt. En voor het eerst vroeg ik me af: hoe milieuvriendelijk is die wijnliefde van mij eigenlijk?
| Die idyllische Franse wijngaard van het onbehaaglijke gevoel. |
Niet zo, blijkt. De gemiddelde carbon footprint van Europese wijnen ligt rond de 1286 gram CO2 per fles van 750 milliliter, las ik in dit gedetailleerde rapport. Voor diezelfde CO2-uitstoot kun je in een nog nieuwe auto zo'n 13 kilometer rijden. En daarmee is wijn stukken belastender voor het milieu dan bijvoorbeeld bier, met een CO2-voetafdruk van 139,6 gram per flesje van 330 milliliter - omgerekend vier keer minder dan wijn.
Nu zitten die grote voeten van wijn niet zozeer in de drank zelf, als in de verpakking: al dat loodzware glas, dat geproduceerd en vervoerd moet worden. Er zijn wel initiatieven om die carbon footprint te verkleinen. Volgens sommige liefhebbers is French Rabbit bijvoorbeeld een prima wijn - de producent koos bewust voor een milieuvriendelijke verpakking zonder glas. Maar in Nederland heb ik deze nog niet getroffen. En de wijnen die ik hier wél in een kartonnetje vond, hebben me nog nooit kunnen bekoren.
De aanschaf van biologische wijn maakt een klein beetje uit; zo werk je bijvoorbeeld niet mee aan extra vervuiling door pesticiden. Net zoals je de milieu-impact een tikkie kunt beperken door wijn niet onnodig lang te koelen. Maar de grote effecten hef je daar toch niet mee op.
En toch: stoppen met wijn drinken - nee, dat gaat hem echt niet worden. Hier loop ik tegen de grenzen van mijn principes aan. Die paar glazen in het weekend, daar geniet ik zó van, daar valt niet aan te tornen. Wijn van buiten Europa is al in de ban, okee, maar that's it.
Dus verval ik maar eens in het laffe compensatiegedrag dat we volgens onderzoekers allemaal wel eens vertonen: als ik dit niet..., dan mag ik toch wel...?
Recent stopte ik wel volledig met koffie, iets dat ik me eerder ook niet voor kon stellen. Dat al die kopjes leut plaats hebben gemaakt voor simpel kraanwater, fungeert maar even als wisselgeld voor mijn 'vieze' wijnvoorkeuren. Kijk eens wat een energie en grondstoffen ik zonder koffie bespaar: ik heb wel een wijntje verdiend!
Niet verder vertellen.
woensdag 24 juni 2015
Hydroxyproxypropyltrimonium. Dus.
Een beetje cosmeticaproduct slaat je om de oren met een ingrediëntenlijst die net zo goed in het Swahili had kunnen zijn. Wat Cocamidopropyl Betaine is, of Guar Hydroxyproxypropyltrimonium Chloride: al sla je me dood.
Voorzichtige zoektochten naar de betekenis achter een paar veel voorkomende termen leverden informatie op waar ik niet direct vrolijk van werd. De term 'minerale olie' bijvoorbeeld - een bestanddeel van onder meer veel lipsticks en crèmes - verwijst naar een bijproduct van aardolieraffinage. Niet schadelijk voor je gezondheid. Toch een onaangename verrassing, als je niet zo'n fan bent van fossiel.
Hoewel het grootste deel van de chemische stoffen in cosmetica volgens Milieu Centraal uit het afvalwater wordt gehaald bij onze rioolwaterzuiveringsinstallaties, is van een deel van de bestanddelen gewoon niet bekend of en hoeveel er uiteindelijk in het oppervlaktewater belandt. Of wat het precies dóet, in ons milieu.
Wat wel bekend is, is dat een deel van de verzorgingsproducten microplastics bevat: miniscule plasticdeeltjes, die in ons oppervlaktewater, onze oceanen en onze voedselketen belanden. Deeltjes die niet vergaan en (vooralsnog) niet op te ruimen zijn. Een extra portie plastic soup: eet smakelijk.
(Overigens vind je hier lijsten met cosmetische producten die veel of juist geen microplastics bevatten. En hier wat verwijzingen naar onderzoek naar microplastics in verzorgingsproducten.)
En dan is er nog die enorme verpakkingsberg. Nederland laat in een jaar 2.748 miljoen kilo aan verpakkingsmateriaal achter zich. En cosmeticafabrikanten dragen daar enthousiast aan bij: ze zijn in de regel dól op kunststof omhulsels.
Al met al genoeg redenen om een milieuvriendelijk alternatief te zoeken voor in elk geval één verzorgingsproduct: shampoo. In eerste instantie stapte ik over op een organische shampoo met het Europese Ecocert-keurmerk, van Urtekram. Maar hoewel die minder chemische stoffen bevat - en geen glycerine uit aardolie - stond er nog veel op het etiket dat me niets zei. En: ook dit zat in een plastic verpakking.
Dus stapte ik over op de 'No Poo'-methode. Je haar wassen zonder shampoo, maar met baking soda (ongeveer, maar niet precies hetzelfde als zuiveringszout). Ik vond het bij een toko aan de andere kant van de stad; in supermarkten kom je het in Nederland eigenlijk niet tegen. Je lost het witte poeder op in water en gebruikt dat als shampoo.
Het kostte mijn hoofdhuid een paar weken om te wennen aan de wasmethode zonder zeep, met vettig haar als resultaat. Maar na een week of drie was ik door die wenperiode heen en kreeg ik er haar voor terug dat beter valt en lekkerder voelt dan ik met gewone shampoo gewend was. Zeker sinds ik op internet de tip tegenkwam na het wassen mijn haar te spoelen met een mengsel van wat appelazijn en water.
En nu: geen gekke stofjes meer op mijn hoofd of door de gootsteen. Veel minder verpakkingen, bovendien verpakkingen van karton. Good hair days.
Ik heb me bij het groeiende leger No Poo-fans geschaard. Bye bye, Hydroxyproxypropyltrimonium.
PS: Een paar weken heb ik ook mijn tanden gepoetst met baking soda. Ging prima, als je eenmaal gewend bent aan de smaak. Maar vanwege berichten over mogelijke schade aan tandglazuur bij langdurig gebruik, ben ik daar weer mee gestopt.
Voorzichtige zoektochten naar de betekenis achter een paar veel voorkomende termen leverden informatie op waar ik niet direct vrolijk van werd. De term 'minerale olie' bijvoorbeeld - een bestanddeel van onder meer veel lipsticks en crèmes - verwijst naar een bijproduct van aardolieraffinage. Niet schadelijk voor je gezondheid. Toch een onaangename verrassing, als je niet zo'n fan bent van fossiel.
Hoewel het grootste deel van de chemische stoffen in cosmetica volgens Milieu Centraal uit het afvalwater wordt gehaald bij onze rioolwaterzuiveringsinstallaties, is van een deel van de bestanddelen gewoon niet bekend of en hoeveel er uiteindelijk in het oppervlaktewater belandt. Of wat het precies dóet, in ons milieu.
(Overigens vind je hier lijsten met cosmetische producten die veel of juist geen microplastics bevatten. En hier wat verwijzingen naar onderzoek naar microplastics in verzorgingsproducten.)
En dan is er nog die enorme verpakkingsberg. Nederland laat in een jaar 2.748 miljoen kilo aan verpakkingsmateriaal achter zich. En cosmeticafabrikanten dragen daar enthousiast aan bij: ze zijn in de regel dól op kunststof omhulsels.
Al met al genoeg redenen om een milieuvriendelijk alternatief te zoeken voor in elk geval één verzorgingsproduct: shampoo. In eerste instantie stapte ik over op een organische shampoo met het Europese Ecocert-keurmerk, van Urtekram. Maar hoewel die minder chemische stoffen bevat - en geen glycerine uit aardolie - stond er nog veel op het etiket dat me niets zei. En: ook dit zat in een plastic verpakking.
Dus stapte ik over op de 'No Poo'-methode. Je haar wassen zonder shampoo, maar met baking soda (ongeveer, maar niet precies hetzelfde als zuiveringszout). Ik vond het bij een toko aan de andere kant van de stad; in supermarkten kom je het in Nederland eigenlijk niet tegen. Je lost het witte poeder op in water en gebruikt dat als shampoo.
Het kostte mijn hoofdhuid een paar weken om te wennen aan de wasmethode zonder zeep, met vettig haar als resultaat. Maar na een week of drie was ik door die wenperiode heen en kreeg ik er haar voor terug dat beter valt en lekkerder voelt dan ik met gewone shampoo gewend was. Zeker sinds ik op internet de tip tegenkwam na het wassen mijn haar te spoelen met een mengsel van wat appelazijn en water.
En nu: geen gekke stofjes meer op mijn hoofd of door de gootsteen. Veel minder verpakkingen, bovendien verpakkingen van karton. Good hair days.
Ik heb me bij het groeiende leger No Poo-fans geschaard. Bye bye, Hydroxyproxypropyltrimonium.
PS: Een paar weken heb ik ook mijn tanden gepoetst met baking soda. Ging prima, als je eenmaal gewend bent aan de smaak. Maar vanwege berichten over mogelijke schade aan tandglazuur bij langdurig gebruik, ben ik daar weer mee gestopt.
woensdag 13 mei 2015
Een vlot hemdje van fossiele brandstoffen
Dat de kleding die we kopen elders leidt tot heftige misstanden - dwang- en kinderarbeid zijn nog maar het begin van een akelig lange lijst - weten we allang. En de meeste stoffen waar we ons de hele dag in hullen hebben óók nog eens een stevige impact op het milieu.
Elk jaar wordt wereldwijd zo'n 60 miljard kilo textiel geproduceerd. Stoffen die worden gemaakt van natuurlijke materialen, zoals katoen en wol, leiden in de regel tot een forse uitstoot van CO2. En aan het einde van het productieproces is vaker wel dan niet sprake van bleek- en verfprocessen met chemicaliën, die vervolgens rivieren en oceanen vervuilen.
![]() |
| Vrolijke kringlooptas. |
Synthetische stoffen als polyester kun je evenmin duurzaam noemen. In de regel gemaakt met ruwe olie als grondstof. Dat ik nu een polyester hemdje draag, betekent eigenlijk dat ik me letterlijk heb gehuld in fossiele brandstoffen. Er zijn bovendien aanwijzingen dat plastic vezels uit deze materialen, die wegspoelen met het waswater, uiteindelijk deels in de plasticsoep belanden die onze oceanen vervuilt.
Maar ja: wat moet je daar als gewone consument mee?
Maar ja: wat moet je daar als gewone consument mee?
Je kúnt een berg rapporten doorploegen om inzicht te krijgen in de herkomst van je kleding - zowel als het gaat om arbeidsomstandigheden, als om de milieu-effecten van bepaalde types textiel. Maar dat kost meer tijd dan de meesten van ons hebben. Bovendien moet je, om goed te begrijpen wat er precies staat, meestal beschikken over veel meer specifieke textielkennis dan de gemiddelde consument.
Er zijn wel lijstjes en onderzoeken die inzicht bieden in de milieu-impact van verschillende types textiel; polyester en conventioneel katoen kun je bijvoorbeeld beter laten hangen. Maar het is lastig die lijstjes echt als leidraad te gebruiken als je in de winkel staat. Het aantal beschikbare materialen en combinaties van materialen is zó groot, dat een gewone koper simpelweg het overzicht verliest.
Dus speel ik sinds een paar maanden gewoon vals. Al mijn kleding - op basics als hemdjes en sokken na - komt van kringloopzaken in de buurt.
Als iemand anders mijn kleding vóór mij al heeft gedragen, omzeil ik de ethische keuzes die met arbeidsomstandigheden te maken hebben: die moeilijke keuzes heeft de eerste drager eigenlijk al gemaakt. En als het gaat om het beperken van broeikasgassen, is gebruikte kleding sowieso het beste. Hergebruik van textiel zou per kilo stof de uitstoot van 3,4 kilo CO2 besparen.
In Nederland belandt de meerderheid van alle textiel uiteindelijk nog steeds bij het restafval. 135 miljoen kilo textiel per jaar, om precies te zijn - dik 10.000 vrachtwagens vol. Slecht nieuws, omdat de productie van nieuw textiel leidt tot een enorme uitstoot van broeikasgassen en textielvezels in principe voor bijna 100 procent te recyclen zijn.
Hier gaat alles wat nog in goede staat is dus naar de kringloop; wat gescheurd is of onder de blijvende vlekken zit, gaat naar een speciale textielcontainer.
De lokale tweedehandszaken zijn zo goed, dat ik nu vaak betere en leukere kleding vind dan voorheen. Voor een spotprijs. Vanochtend nog: twee zomerjasjes, drie rokken, twee jurkjes, een fleurige bloes en twee tassen voor een totaalbedrag van 48 euro. Misschien niet helemaal in overeenstemming met de echte Gouden Regel van duurzaam winkelen: niet meer kleding kopen dan je echt nodig hebt.
Daar ga ik de volgende keer maar 's op oefenen.
maandag 4 mei 2015
Het Vriezerexperiment (of: de kunst van het wentelteefjes bakken)
Onze vriezer, een tafelmodelletje met drie lades, is een ouwetje. We hebben nooit tijd en zin om het ding te ontdooien, dus staat ie soms rustig maanden achtereen aan met een gestaag groeiend laagje ijs op de koelelementen (terwijl het energieverbruik volgens Eneco met een laagje van 2 millimeter al met 10 procent stijgt).
En vanwege 'veel te vol' staat de deur ook nog regelmatig vrij lang open, omdat het nu eenmaal tijd kost bevroren broden uit een veel te krap nisje te wrikken.
Een vriezer van een jaar of acht oud, zoals de onze, verbruikt zo 300 à 350 kWh aan elektriciteit per jaar - ongeveer de opbrengst van één zonnepaneel. Meer stroom dan de gemiddelde vaatwasser, wasmachine of koelkast. En da's bij een efficiënte inzet, dus bepaald niet zoals wij het doen.
Terwijl we onze vriezer gebruiken voor producten die we welbeschouwd helemaal niet in hóeven te vriezen.
Een vriezer inzetten om te voorkomen dat je etensresten weg moet gooien is volgens het No Waste Network zo'n slecht idee nog niet - voedselverspilling levert namelijk meer milieuschade op dan de energie die het kost om eten te bevriezen. Maar wij leggen nooit restjes in de vriezer. Wij leggen er alleen enorme hopen brood in, en af en toe wat diepvriesgroente, zodat we minder vaak naar de winkel hoeven. En o ja: één fles limoncello waar we nooit een glas van nemen.
Terwijl je ook gewoon wat vaker naar de bakker kunt gaan en verse groente kunt kopen: heb je die hele vriezer niet nodig. Er zijn meer mensen die een tijd zonder vriezer of zelfs zonder koelkast kunnen.
Dus is, na een ietwat ongemakkelijk gesprek met mijn vriend, de vriezer drie weken geleden uitgezet. Bij wijze van experiment, met een vluchtroute: vindt hij op enig moment dat we zonder vriezer te vaak met oud brood zitten, dan gaat de stekker er gewoon weer in.
Tot nu toe gaat het echter prima.
We hebben gemerkt dat brood dat nog niet is voorgesneden veel langer lekker blijft, ook in de koelkast of gewoon op het aanrecht. Blijft er een enkele keer toch wat brood over dat aan de droge kant is: ik heb de kunst van het wentelteefjes bakken en croutons maken herontdekt.
Groente waarvan we eerder een diepvriesvariant aanschaften, kopen we nu vers en wat korter van tevoren.
En that's that.
Er zijn trouwens handige lijstjes beschikbaar waarop je precies kunt zien in welke omstandigheden en bij welke temperatuur je groente en fruit het langst kunt bewaren: veel dingen doen het sowieso beter buiten de koelkast of vriezer. Heel cool is deze pagina met ideeën voor slimmere bewaarmethodes. Wel alleen geschikt voor creatieve types met technische inslag, overigens.
PS. Ik raad jullie met klem aan pakken diepvriesspinazie UIT een vriezer te halen voor je die ontdooit. Ontdooide, vergeten pakken diepvriesspinazie ruiken niet fijn.
Dat weet ik nu.
On the bright side: een bakje koffiedrab neemt dus écht nare geurtjes op - dat weet ik nu ook.
En vanwege 'veel te vol' staat de deur ook nog regelmatig vrij lang open, omdat het nu eenmaal tijd kost bevroren broden uit een veel te krap nisje te wrikken.
Een vriezer van een jaar of acht oud, zoals de onze, verbruikt zo 300 à 350 kWh aan elektriciteit per jaar - ongeveer de opbrengst van één zonnepaneel. Meer stroom dan de gemiddelde vaatwasser, wasmachine of koelkast. En da's bij een efficiënte inzet, dus bepaald niet zoals wij het doen.
Terwijl we onze vriezer gebruiken voor producten die we welbeschouwd helemaal niet in hóeven te vriezen.
Een vriezer inzetten om te voorkomen dat je etensresten weg moet gooien is volgens het No Waste Network zo'n slecht idee nog niet - voedselverspilling levert namelijk meer milieuschade op dan de energie die het kost om eten te bevriezen. Maar wij leggen nooit restjes in de vriezer. Wij leggen er alleen enorme hopen brood in, en af en toe wat diepvriesgroente, zodat we minder vaak naar de winkel hoeven. En o ja: één fles limoncello waar we nooit een glas van nemen.
Terwijl je ook gewoon wat vaker naar de bakker kunt gaan en verse groente kunt kopen: heb je die hele vriezer niet nodig. Er zijn meer mensen die een tijd zonder vriezer of zelfs zonder koelkast kunnen.
Dus is, na een ietwat ongemakkelijk gesprek met mijn vriend, de vriezer drie weken geleden uitgezet. Bij wijze van experiment, met een vluchtroute: vindt hij op enig moment dat we zonder vriezer te vaak met oud brood zitten, dan gaat de stekker er gewoon weer in.
Tot nu toe gaat het echter prima.
We hebben gemerkt dat brood dat nog niet is voorgesneden veel langer lekker blijft, ook in de koelkast of gewoon op het aanrecht. Blijft er een enkele keer toch wat brood over dat aan de droge kant is: ik heb de kunst van het wentelteefjes bakken en croutons maken herontdekt.
Groente waarvan we eerder een diepvriesvariant aanschaften, kopen we nu vers en wat korter van tevoren.
En that's that.
Er zijn trouwens handige lijstjes beschikbaar waarop je precies kunt zien in welke omstandigheden en bij welke temperatuur je groente en fruit het langst kunt bewaren: veel dingen doen het sowieso beter buiten de koelkast of vriezer. Heel cool is deze pagina met ideeën voor slimmere bewaarmethodes. Wel alleen geschikt voor creatieve types met technische inslag, overigens.
PS. Ik raad jullie met klem aan pakken diepvriesspinazie UIT een vriezer te halen voor je die ontdooit. Ontdooide, vergeten pakken diepvriesspinazie ruiken niet fijn.
Dat weet ik nu.
On the bright side: een bakje koffiedrab neemt dus écht nare geurtjes op - dat weet ik nu ook.
zaterdag 25 april 2015
Bloemen houden helemaal niet van mensen
Bloemen houden helemaal niet van mensen - alle mooie reclameslogans ten spijt.
Bloemen veroorzaken mensenrechtenschendingen in landen als Kenia en Afghanistan. Of komen uit energie slurpende kassen, die een bijdrage leveren aan de klimaatverandering die het de mensheid steeds heter onder de voeten maakt.
Wat op het eerste oog vrolijk oogt en heerlijk ruikt, blijkt bij nadere beschouwing vaak gedrenkt in olie en een geur van menselijke ellende.
Wie elke week een bosje bloemen koopt, heeft daarmee na een jaar de uitstoot van zo'n 450 kilogram koolstofdioxide veroorzaakt - een uitstoot van broeikasgassen die gelijkstaat aan een retourtje Amsterdam-Bordeaux met de auto. Of je bloemen koopt die zijn geïmporteerd uit een ander continent of geteeld in een Hollandse kas maakt weinig uit. De ene variant belast het milieu door de koeling tijdens het transport en het vervoer per vliegtuig, de andere door het energieverbruik in de kas. En het merendeel van de bloemen die we in Nederland kunnen kopen, kómt van een ander continent of uit een kas.
Geïmporteerde snijbloemen komen bovendien regelmatig van telers die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. Sommigen gebruiken agressieve methodes voor ongediertebestrijding, die ook de gezondheid van hun werknemers rechtstreeks bedreigen. Kinderarbeid is op sommige kwekerijen volkomen normaal. Velen betalen medewerkers belachelijk weinig. Er is op grote schaal sprake van seksuele intimidatie.
En de snijbloemen die we in Nederland kunnen kopen - onze gerbera's, chrysanten, rozen - komen steeds vaker uit landen waar deze misstanden in de bloementeelt voorkomen.
Er zijn wel uitwijkmogelijkheden. Er zijn initiatieven zoals dat van de Duurzame Bloemisten, die bloemen zo telen dat het een minimale impact op het milieu heeft: zonder chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest of kassen, op Nederlandse bodem. En er zijn meer labels met oog voor mens en milieu; op de site van Milieu Centraal vind je een overzichtje.
Maar in ons huis geldt voorlopig: geen gekochte bloemen. In onze vazen is alleen nog plek voor de madeliefjes die mijn dochtertjes plukken of de bloemen die we zelf in onze tuin hebben geplant.
Neemt iemand een bos voor me mee, dan zal ik die niet weigeren - maar zelf koop ik ze niet meer. Omdat álle bloemen die ergens bedrijfsmatig worden geteeld nu eenmaal een impact hebben op hun omgeving. Water verbruiken, voedingsstoffen. En ik het alleen maar eens kan zijn met de stelling zoals die in dit artikeltje ook wordt verwoord: wat niet nodig is, mag het milieu gewoon niet belasten.
En bloemen zijn mooi, fijn, maar als puntje bij paaltje komt: nódig hebben wij ze niet.
Bloemen veroorzaken mensenrechtenschendingen in landen als Kenia en Afghanistan. Of komen uit energie slurpende kassen, die een bijdrage leveren aan de klimaatverandering die het de mensheid steeds heter onder de voeten maakt.
Wat op het eerste oog vrolijk oogt en heerlijk ruikt, blijkt bij nadere beschouwing vaak gedrenkt in olie en een geur van menselijke ellende.
Wie elke week een bosje bloemen koopt, heeft daarmee na een jaar de uitstoot van zo'n 450 kilogram koolstofdioxide veroorzaakt - een uitstoot van broeikasgassen die gelijkstaat aan een retourtje Amsterdam-Bordeaux met de auto. Of je bloemen koopt die zijn geïmporteerd uit een ander continent of geteeld in een Hollandse kas maakt weinig uit. De ene variant belast het milieu door de koeling tijdens het transport en het vervoer per vliegtuig, de andere door het energieverbruik in de kas. En het merendeel van de bloemen die we in Nederland kunnen kopen, kómt van een ander continent of uit een kas.
Geïmporteerde snijbloemen komen bovendien regelmatig van telers die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. Sommigen gebruiken agressieve methodes voor ongediertebestrijding, die ook de gezondheid van hun werknemers rechtstreeks bedreigen. Kinderarbeid is op sommige kwekerijen volkomen normaal. Velen betalen medewerkers belachelijk weinig. Er is op grote schaal sprake van seksuele intimidatie.
En de snijbloemen die we in Nederland kunnen kopen - onze gerbera's, chrysanten, rozen - komen steeds vaker uit landen waar deze misstanden in de bloementeelt voorkomen.
Er zijn wel uitwijkmogelijkheden. Er zijn initiatieven zoals dat van de Duurzame Bloemisten, die bloemen zo telen dat het een minimale impact op het milieu heeft: zonder chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest of kassen, op Nederlandse bodem. En er zijn meer labels met oog voor mens en milieu; op de site van Milieu Centraal vind je een overzichtje.
Maar in ons huis geldt voorlopig: geen gekochte bloemen. In onze vazen is alleen nog plek voor de madeliefjes die mijn dochtertjes plukken of de bloemen die we zelf in onze tuin hebben geplant.
Neemt iemand een bos voor me mee, dan zal ik die niet weigeren - maar zelf koop ik ze niet meer. Omdat álle bloemen die ergens bedrijfsmatig worden geteeld nu eenmaal een impact hebben op hun omgeving. Water verbruiken, voedingsstoffen. En ik het alleen maar eens kan zijn met de stelling zoals die in dit artikeltje ook wordt verwoord: wat niet nodig is, mag het milieu gewoon niet belasten.
En bloemen zijn mooi, fijn, maar als puntje bij paaltje komt: nódig hebben wij ze niet.
dinsdag 7 april 2015
Wat de pot schaft
Net na de jaarwisseling schreef ik een blogje over de snelste manier om je voedingspatroon duurzamer te maken: stoppen met vlees eten, of je vleesconsumptie in elk geval beperken. Naar schatting veroorzaakt veeteelt wereldwijd liefst 18 procent van de totale broeikasgasemissies en is de sector goed voor 80 procent van al het menselijk grondgebruik.
Al bestaan er grote verschillen tussen verschillende soorten vlees - step away from the cow! (zie p. 4 van link) - over het algemeen zijn niet-dierlijke producten de betere keuze. Minder vlees en zuivel eten is, om het milieu te sparen, een verstandige keuze.
Maar je kunt de milieu-impact van je voedselpatroon ook met andere instrumenten beperken. Voedsel blijft hoe dan ook een interessant thema voor wie zijn carbon footprint wil verkleinen: naar schatting wordt 20 tot 30 procent van alle broeikasgasemissies in de EU veroorzaakt door onze voedselconsumptie, van productiefase tot fornuis.
Deze aflevering van Tegenlicht - zeer de moeite waard - stipt overigens knelpunten in de voedselproductie aan waar ik nog nooit over had nagedacht.
Dat de ene groente een veel zwaarder beslag legt op de bodem dan de andere, bijvoorbeeld. Dat een gewas als de tomaat daarom vaker vraagt om extra bemesting met kunstmest, die in de regel bijproducten van olieraffinage bevat.
En dat het écht loont om te eten wat het seizoen in je eigen omgeving biedt, zodat er geen energie wordt gestoken in vliegtuigtransporten of het opwarmen van kassen. Op de site van Milieu Centraal vind je een uitgebreide groente- en fruitkalender, waarmee je kunt opzoeken welke gewassen nu in Nederland en Europa beschikbaar zijn van de volle grond.
Als je de boodschappen eenmaal hebt gedaan - liever met de fiets dan met de auto - kun je ook in je keuken nog een verschil maken. Een gaskookplaat is milieuvriendelijker dan elektrische kookplaten. Je bespaart ook energie met pannen die niet te groot zijn en niet meer water bevatten dan strikt nodig is, zodat je geen 'loze' lucht of overbodig water opwarmt. Kook met het deksel op de pan. En gebruik, om de energie van je kookplaat efficiënter te benutten, een snelkookpan of hooikist (die gaan op mijn verlanglijstje). Draai het vuur onder de pasta of rijst ook gerust halverwege de kooktijd uit: in een pan met deksel wordt ie alsnog gaar, al kost het soms een paar minuutjes extra.
Koop en kook ook niet te veel, zodat je geen of zo min mogelijk eten weg moet gooien: want met voedselverspilling bewijs je het milieu én je eigen portemonnee een slechte dienst.
En o ja: als je je verder wilt verdiepen in milieubewust koken, koop dan níet het boekje Voetprint Cooking. Soms wat warrig geschreven en iets te veel fantasieloze, vlakke recepten (het bijbehorende blog is overigens wel de moeite waard).
Al bestaan er grote verschillen tussen verschillende soorten vlees - step away from the cow! (zie p. 4 van link) - over het algemeen zijn niet-dierlijke producten de betere keuze. Minder vlees en zuivel eten is, om het milieu te sparen, een verstandige keuze.
Deze aflevering van Tegenlicht - zeer de moeite waard - stipt overigens knelpunten in de voedselproductie aan waar ik nog nooit over had nagedacht.
Dat de ene groente een veel zwaarder beslag legt op de bodem dan de andere, bijvoorbeeld. Dat een gewas als de tomaat daarom vaker vraagt om extra bemesting met kunstmest, die in de regel bijproducten van olieraffinage bevat.
En dat het écht loont om te eten wat het seizoen in je eigen omgeving biedt, zodat er geen energie wordt gestoken in vliegtuigtransporten of het opwarmen van kassen. Op de site van Milieu Centraal vind je een uitgebreide groente- en fruitkalender, waarmee je kunt opzoeken welke gewassen nu in Nederland en Europa beschikbaar zijn van de volle grond.
Als je de boodschappen eenmaal hebt gedaan - liever met de fiets dan met de auto - kun je ook in je keuken nog een verschil maken. Een gaskookplaat is milieuvriendelijker dan elektrische kookplaten. Je bespaart ook energie met pannen die niet te groot zijn en niet meer water bevatten dan strikt nodig is, zodat je geen 'loze' lucht of overbodig water opwarmt. Kook met het deksel op de pan. En gebruik, om de energie van je kookplaat efficiënter te benutten, een snelkookpan of hooikist (die gaan op mijn verlanglijstje). Draai het vuur onder de pasta of rijst ook gerust halverwege de kooktijd uit: in een pan met deksel wordt ie alsnog gaar, al kost het soms een paar minuutjes extra.
Koop en kook ook niet te veel, zodat je geen of zo min mogelijk eten weg moet gooien: want met voedselverspilling bewijs je het milieu én je eigen portemonnee een slechte dienst.
En o ja: als je je verder wilt verdiepen in milieubewust koken, koop dan níet het boekje Voetprint Cooking. Soms wat warrig geschreven en iets te veel fantasieloze, vlakke recepten (het bijbehorende blog is overigens wel de moeite waard).
Je kunt best milieubewust én lekker eten, heb ik inmiddels ontdekt.
Abonneren op:
Posts (Atom)

