dinsdag 22 september 2015

Een beetje groen is niet groen genoeg

De berichten over elektriciteit uit kolen of gas die als 'groen' wordt verkocht, kennen we allemaal. Toch blijven we er op de een of andere manier intrappen. Nog niet de helft van alle energie die in Nederland als groen wordt verkocht, wordt hier ook echt duurzaam opgewekt. En van die officieel duurzame Nederlandse energie komt weer een groot deel uit de bijstook van biomassa in kolencentrales, een methode die lang niet iedereen duurzaam wil noemen.

Hoe het kan dat we in Nederland veel meer groene stroom kopen dan er daadwerkelijk is, wordt in dit filmpje kort en helder uitgelegd. Voor wie geen zin heeft in filmpjes probeer ik het zelf uit te leggen.

Een windmolenpark van Eneco.
Leveranciers die in Nederland groene stroom aanbieden, staan onder toezicht van de ACM (Autoriteit Consument en Markt). Voor elke duizend kWh aan duurzame stroom die energiemaatschappijen in Nederland verkopen, moeten zij een zogeheten Garantie van Oorsprong (GvO) hebben: een documentje dat bewijst dat die hoeveelheid elektriciteit ergens in Europa ook echt duurzaam is opgewekt.

In dat 'in Europa' zit 'm de kneep. Want veel Nederlandse leveranciers kopen gewoon GvO's in landen die al lange tijd energie opwekken uit duurzame bronnen. Zoals Noorwegen, met waterkrachtcentrales die er vaak al decennia staan. Met zo'n Noors certificaat kan een leverancier mooie sier maken, maar er wordt uiteindelijk geen kWh extra duurzaam opgewekt. Terwijl de klanten wél denken dat een groeiende vraag naar groene stroom ook leidt tot meer duurzaam opgewekte elektriciteit.

Leveranciers die in Nederland het merendeel van hun elektriciteit opwekken uit fossiele bronnen - zoals Essent, met z'n kolencentrales - 'vergroenen' met die documenten bovendien de fossiele elektriciteit die ze leveren. Sjoemelstroom, wordt het ook wel genoemd.

Tot een paar maanden geleden waren wij nog klant bij RWE/Essent. Maar de kolencentrale die zo'n beetje in onze achtertuin staat, deed me steeds vaker fronsen. Dat Essent alles op alles zet om er nog een onnodige kolencentrale bij te bouwen in de Eemshaven, vind ik in de context van de klimaatverandering werkelijk onbegrijpelijk.

Dus zijn we overgestapt, op 'echte' groene stroom. Vorig jaar nog gaven organisaties als de Consumentenbond en Greenpeace gezamenlijk opdracht tot een onderzoek naar werkelijk duurzame contracten. Op basis van de informatie in dat rapportje en een prijsvergelijking kozen wij voor HollandseWind van Eneco. Voor alle elektriciteit die Eneco onder die naam verkoopt, staan windmolens in eigen land. Geen nieuwe kolencentrales in onze naam.
Bij de EcoStroom van datzelfde Eneco ligt het overigens al weer anders: daarvoor importeert ook Eneco het merendeel van de GvO's uit het buitenland. Om maar even aan te geven hoe netelig deze kwestie kan zijn. Dát Eneco-pakket wordt dan weer genoemd als een van de grootste sjoemelstroomproducten. Maar Eneco doet in het geheel niet aan gas of kolen - dat maakt voor mij veel goed.

De kinderboerderij waar ik bestuurslid ben stapte onlangs uit ethische én financiële overwegingen over naar Vandebron, een energiemaatschappij waar ik erg enthousiast over ben. Al hun GvO's komen van duurzame installaties in Nederland; je kunt zelfs kiezen op welk windmolen- of zonnepark je 'intekent'. Een mooi systeem, dat mensen aanmoedigt om bewust te kijken naar waar groene stroom in Nederland eigenlijk vandaan komt - en of ie wel echt groen is.

Checken of je huidige stroom wel echt groen is of sjoemelstroom kan hier. Kijken naar de lijstjes met 'goede', groene leveranciers kan hier.

woensdag 12 augustus 2015

Dorst

Het meeste water dat je verbruikt, eet je op.

De gemiddelde volwassen Nederlander verbruikt dagelijks duizenden liters water. Zo'n 120 liter daarvan verbruik je direct: door het te drinken, het te gebruiken voor de douche, afwas, was, et cetera. Al die andere liters? Dat water zit in de productie van ons voedsel, onze kleding, gebruiksvoorwerpen.
Volgens onderzoek in opdracht van het Wereld Natuur Fonds komt uiteindelijk maar 2 procent van het water dat je verbruikt, uit de kraan in je eigen huis. Als je de overige 98 procent ook meerekent, slobbert elke Nederlander in de berekeningen van het WNF 2.300 kubieke meter water per jaar weg - 2,3 miljoen liter. Bijna een Olympisch zwembad vol.
Hoe zuinig je thuis dus ook met water omgaat: als je écht iets aan je 'watervoetafdruk' wilt doen, zul je ook naar je consumptiepatroon moeten kijken.

Van het 'indirecte waterverbruik' bestaat het leeuwendeel (46 procent) uit water voor de productie van - heb je ze weer - dierlijke voedingsstoffen. Een kilo rundvlees vraagt om 15.500 liter water, een kilo kaas om 5.000 liter, 1 ei om 200 liter.
Het kost vooral erg veel water om de gewassen te verbouwen waarmee we de dieren voeden, die we vervolgens weer zelf op willen eten.
Hoe inefficiënt.

Maar ook de productie van bijvoorbeeld koffie (140 liter per kopje), een reep pure chocola (2.400) of een katoenen T-shirt (2.700 liter) vraagt om enorme hoeveelheden vocht. En dat terwijl zoet water een schaars goed is. Hoewel water liefst 70 procent van het aardoppervlak bedekt, bestaat van al die druppels maar 3 procent uit zoet water. En dát zit weer voor een groot deel 'gevangen' in ijs.

Het enorme waterverbruik om te voldoen aan onze wensen, vooral op het gebied van voeding, heeft soms desastreuze gevolgen voor ecosystemen. Op een aantal plaatsen in de wereld wordt meer water aan ecosystemen onttrokken dan weer aan kan worden gevuld door regen en andere natuurlijke processen - met alle gevolgen voor de lokale flora en fauna van dien. Klimaatverandering verergert die problemen, omdat de kans op droogtes - en de intensiteit van die droogtes - toeneemt.

Het is niet alleen een ver-van-mijn-bed-show. Ook de Nederlandse landbouw heeft door zijn omgang met water een stevige impact op onze leefomgeving. 40 procent van de Nederlandse inheemse planten wordt bedreigd of is al verdwenen door verdroging, met de landbouw als belangrijkste oorzaak.

Je eigen watervoetafdruk kun je hier gedetailleerd berekenen, al moet je dan wel een week van een weegschaaltje eten - dat heb ik daarom nog niet gedaan.

De belangrijkste stap om je watervoetafdruk te verkleinen heb ik inmiddels wel gezet: sinds een maand of wat ben ik definitief overgestoken van het rijk der flexitariërs naar dat der vegetariërs. En nu ik al deze watercijfers op een rij zie, zal ik me ook weer strikter aan mijn geen-koffie-beleid gaan houden; de laatste dagen glipte er soms toch weer een kopje door.

De meest efficiënte manier om water te gebruiken, blijft immers om het gewoon in een glas op te drinken.

donderdag 23 juli 2015

Geld, herrie en stof

In de regel gaat dit blog over kleine stapjes: zakjes plastic die ik niet gebruik, voedingskeuzes die nét dat beetje CO2 besparen, kleding of shampoo die het milieu minder belast. Schaven aan de randjes van mijn carbon footprint.

Maar deze week heb ik een relatief grote stap gezet. Eentje die ons een rib uit ons lijf kostte én drie dagen vol herrie en stof: we hebben onze tot op het bot versleten kozijnen laten vervangen. In de nieuwe kozijnen zit HR++ glas: isolatieglas. Dat betekent dat de begane grond van onze woning nu beter geïsoleerd is en we vanaf komende winter minder gas verbruiken om die warm te stoken.

Hoéveel minder, daar ben ik overigens niet precies achter. Het blijkt lastig cijfers te vinden die helder inzicht geven in het verminderd gasverbruik van een gewoon rijtjeshuis, dat standaard dubbel glas inruilt voor HR++ glas - zoals bij ons.

Het ECN-rapport Energietrends 2014 stelt dat een gezin met HR++-glas 'nog twee keer zoveel kan besparen als met standaard dubbel glas' - een stelling waarbij verdere cijfers of uitleg ontbreken, zodat je er feitelijk geen klap aan hebt. Milieu Centraal komt met een 'jaarlijkse besparing van 430 kubieke meter gas ten opzichte van enkel glas' - daar heb je ook niks aan, want wie heeft er tegenwoordig nog enkel glas?

Dit uitgebreide rapport van een onderzoeksbureau in opdracht van Agentschap NL - mijn beste vondst - heeft het over een besparing van 5 tot 7 kubieke meter gas per vierkante meter vervangen dubbel glas, voor een huis zoals het onze. Dan kom je in een doorsnee huishouden op een gemiddelde gasbesparing van zo'n vijf procent.

Dat lijkt op het eerste gehoor niet veel. Toch ben ik er blij mee. Want die vijf procent is een percentage van het héle gasverbruik: ook dat voor warm water, koken et cetera. De besparing op energie voor verwarming (zo'n driekwart van het totale gasverbruik) is dus al wat groter, tussen de 6 en 7 procent.

Een gemiddeld Nederlands huishouden stoot jaarlijks bovendien 2.900 kilo CO2 uit door zijn gasverbruik. Wie daar 5 procent op bespaart, stoot bijna 150 kilo minder CO2 uit. In tien jaar is dat 1.500 kilo broeikasgas. Je moet heel wat kopjes koffie laten staan om diezelfde besparing te behalen.


dinsdag 7 juli 2015

Heerlijke vieze wijn

Zon, wuivende korenvelden, klaprozen, kortom: we waren op vakantie in Frankrijk. En daar genoten we onbezorgd van Franse kersen, artisjokken en olijven, steevast vergezeld door een mooie streekwijn.

Tot we in de koele kelder van zo'n sfeervol domaine stonden, de prachtige wijngaard zelf op een paar meter afstand, en ik met een onbehaaglijk gevoel keek naar een bord met uitleg over het productieproces. Daar stond iets over de koolstofdioxide die daarbij vrijkomt. En voor het eerst vroeg ik me af: hoe milieuvriendelijk is die wijnliefde van mij eigenlijk?

Die idyllische Franse wijngaard van het onbehaaglijke gevoel. 
Niet zo, blijkt. De gemiddelde carbon footprint van Europese wijnen ligt rond de 1286 gram CO2 per fles van 750 milliliter, las ik in dit gedetailleerde rapport. Voor diezelfde CO2-uitstoot kun je in een nog nieuwe auto zo'n 13 kilometer rijden. En daarmee is wijn stukken belastender voor het milieu dan bijvoorbeeld bier, met een CO2-voetafdruk van 139,6 gram per flesje van 330 milliliter - omgerekend vier keer minder dan wijn.

Nu zitten die grote voeten van wijn niet zozeer in de drank zelf, als in de verpakking: al dat loodzware glas, dat geproduceerd en vervoerd moet worden. Er zijn wel initiatieven om die carbon footprint te verkleinen. Volgens sommige liefhebbers is French Rabbit bijvoorbeeld een prima wijn - de producent koos bewust voor een milieuvriendelijke verpakking zonder glas. Maar in Nederland heb ik deze nog niet getroffen. En de wijnen die ik hier wél in een kartonnetje vond, hebben me nog nooit kunnen bekoren.

De aanschaf van biologische wijn maakt een klein beetje uit; zo werk je bijvoorbeeld niet mee aan extra vervuiling door pesticiden. Net zoals je de milieu-impact een tikkie kunt beperken door wijn niet onnodig lang te koelen. Maar de grote effecten hef je daar toch niet mee op.

En toch: stoppen met wijn drinken - nee, dat gaat hem echt niet worden. Hier loop ik tegen de grenzen van mijn principes aan. Die paar glazen in het weekend, daar geniet ik zó van, daar valt niet aan te tornen. Wijn van buiten Europa is al in de ban, okee, maar that's it.

Dus verval ik maar eens in het laffe compensatiegedrag dat we volgens onderzoekers allemaal wel eens vertonen: als ik dit niet..., dan mag ik toch wel...? 
Recent stopte ik wel volledig met koffie, iets dat ik me eerder ook niet voor kon stellen. Dat al die kopjes leut plaats hebben gemaakt voor simpel kraanwater, fungeert maar even als wisselgeld voor mijn 'vieze' wijnvoorkeuren. Kijk eens wat een energie en grondstoffen ik zonder koffie bespaar: ik heb wel een wijntje verdiend!

Niet verder vertellen.

woensdag 24 juni 2015

Hydroxyproxypropyltrimonium. Dus.

Een beetje cosmeticaproduct slaat je om de oren met een ingrediëntenlijst die net zo goed in het Swahili had kunnen zijn. Wat Cocamidopropyl Betaine is, of Guar Hydroxyproxypropyltrimonium Chloride: al sla je me dood.

Voorzichtige zoektochten naar de betekenis achter een paar veel voorkomende termen leverden informatie op waar ik niet direct vrolijk van werd. De term 'minerale olie' bijvoorbeeld - een bestanddeel van onder meer veel lipsticks en crèmes - verwijst naar een bijproduct van aardolieraffinage. Niet schadelijk voor je gezondheid. Toch een onaangename verrassing, als je niet zo'n fan bent van fossiel.

Hoewel het grootste deel van de chemische stoffen in cosmetica volgens Milieu Centraal uit het afvalwater wordt gehaald bij onze rioolwaterzuiveringsinstallaties, is van een deel van de bestanddelen gewoon niet bekend of en hoeveel er uiteindelijk in het oppervlaktewater belandt. Of wat het precies dóet, in ons milieu.

Wat wel bekend is, is dat een deel van de verzorgingsproducten microplastics bevat: miniscule plasticdeeltjes, die in ons oppervlaktewater, onze oceanen en onze voedselketen belanden. Deeltjes die niet vergaan en (vooralsnog) niet op te ruimen zijn. Een extra portie plastic soup: eet smakelijk.
(Overigens vind je hier lijsten met cosmetische producten die veel of juist geen microplastics bevatten. En hier wat verwijzingen naar onderzoek naar microplastics in verzorgingsproducten.)

En dan is er nog die enorme verpakkingsberg. Nederland laat in een jaar 2.748 miljoen kilo aan verpakkingsmateriaal achter zich. En cosmeticafabrikanten dragen daar enthousiast aan bij: ze zijn in de regel dól op kunststof omhulsels.

Al met al genoeg redenen om een milieuvriendelijk alternatief te zoeken voor in elk geval één verzorgingsproduct: shampoo. In eerste instantie stapte ik over op een organische shampoo met het Europese Ecocert-keurmerk, van Urtekram. Maar hoewel die minder chemische stoffen bevat - en geen glycerine uit aardolie - stond er nog veel op het etiket dat me niets zei. En: ook dit zat in een plastic verpakking.

Dus stapte ik over op de 'No Poo'-methode. Je haar wassen zonder shampoo, maar met baking soda (ongeveer, maar niet precies hetzelfde als zuiveringszout). Ik vond het bij een toko aan de andere kant van de stad; in supermarkten kom je het in Nederland eigenlijk niet tegen. Je lost het witte poeder op in water en gebruikt dat als shampoo.

Het kostte mijn hoofdhuid een paar weken om te wennen aan de wasmethode zonder zeep, met vettig haar als resultaat. Maar na een week of drie was ik door die wenperiode heen en kreeg ik er haar voor terug dat beter valt en lekkerder voelt dan ik met gewone shampoo gewend was. Zeker sinds ik op internet de tip tegenkwam na het wassen mijn haar te spoelen met een mengsel van wat appelazijn en water.

En nu: geen gekke stofjes meer op mijn hoofd of door de gootsteen. Veel minder verpakkingen, bovendien verpakkingen van karton. Good hair days.
Ik heb me bij het groeiende leger No Poo-fans geschaard. Bye bye, Hydroxyproxypropyltrimonium.

PS: Een paar weken heb ik ook mijn tanden gepoetst met baking soda. Ging prima, als je eenmaal gewend bent aan de smaak. Maar vanwege berichten over mogelijke schade aan tandglazuur bij langdurig gebruik, ben ik daar weer mee gestopt.

woensdag 13 mei 2015

Een vlot hemdje van fossiele brandstoffen


Dat de kleding die we kopen elders leidt tot heftige misstanden - dwang- en kinderarbeid zijn nog maar het begin van een akelig lange lijst - weten we allang. En de meeste stoffen waar we ons de hele dag in hullen hebben óók nog eens een stevige impact op het milieu. 

Elk jaar wordt wereldwijd zo'n 60 miljard kilo textiel geproduceerd. Stoffen die worden gemaakt van natuurlijke materialen, zoals katoen en wol, leiden in de regel tot een forse uitstoot van CO2. En aan het einde van het productieproces is vaker wel dan niet sprake van bleek- en verfprocessen met chemicaliën, die vervolgens rivieren en oceanen vervuilen.

Vrolijke kringlooptas.
Synthetische stoffen als polyester kun je evenmin duurzaam noemen. In de regel gemaakt met ruwe olie als grondstof. Dat ik nu een polyester hemdje draag, betekent eigenlijk dat ik me letterlijk heb gehuld in fossiele brandstoffen. Er zijn bovendien aanwijzingen dat plastic vezels uit deze materialen, die wegspoelen met het waswater, uiteindelijk deels in de plasticsoep belanden die onze oceanen vervuilt.

Maar ja: wat moet je daar als gewone consument mee?

Je kúnt een berg rapporten doorploegen om inzicht te krijgen in de herkomst van je kleding - zowel als het gaat om arbeidsomstandigheden, als om de milieu-effecten van bepaalde types textiel. Maar dat kost meer tijd dan de meesten van ons hebben. Bovendien moet je, om goed te begrijpen wat er precies staat, meestal beschikken over veel meer specifieke textielkennis dan de gemiddelde consument.

Er zijn wel lijstjes en onderzoeken die inzicht bieden in de milieu-impact van verschillende types textiel; polyester en conventioneel katoen kun je bijvoorbeeld beter laten hangen. Maar het is lastig die lijstjes echt als leidraad te gebruiken als je in de winkel staat. Het aantal beschikbare materialen en combinaties van materialen is zó groot, dat een gewone koper simpelweg het overzicht verliest.

Dus speel ik sinds een paar maanden gewoon vals. Al mijn kleding - op basics als hemdjes en sokken na - komt van kringloopzaken in de buurt. 
Als iemand anders mijn kleding vóór mij al heeft gedragen, omzeil ik de ethische keuzes die met arbeidsomstandigheden te maken hebben: die moeilijke keuzes heeft de eerste drager eigenlijk al gemaakt. En als het gaat om het beperken van broeikasgassen, is gebruikte kleding sowieso het beste. Hergebruik van textiel zou per kilo stof de uitstoot van 3,4 kilo CO2 besparen.
In Nederland belandt de meerderheid van alle textiel uiteindelijk nog steeds bij het restafval. 135 miljoen kilo textiel per jaar, om precies te zijn - dik 10.000 vrachtwagens vol. Slecht nieuws, omdat de productie van nieuw textiel leidt tot een enorme uitstoot van broeikasgassen en textielvezels in principe voor bijna 100 procent te recyclen zijn. 

Hier gaat alles wat nog in goede staat is dus naar de kringloop; wat gescheurd is of onder de blijvende vlekken zit, gaat naar een speciale textielcontainer. 

De lokale tweedehandszaken zijn zo goed, dat ik nu vaak betere en leukere kleding vind dan voorheen. Voor een spotprijs. Vanochtend nog: twee zomerjasjes, drie rokken, twee jurkjes, een fleurige bloes en twee tassen voor een totaalbedrag van 48 euro. Misschien niet helemaal in overeenstemming met de echte Gouden Regel van duurzaam winkelen: niet meer kleding kopen dan je echt nodig hebt.

Daar ga ik de volgende keer maar 's op oefenen.

maandag 4 mei 2015

Het Vriezerexperiment (of: de kunst van het wentelteefjes bakken)

Onze vriezer, een tafelmodelletje met drie lades, is een ouwetje. We hebben nooit tijd en zin om het ding te ontdooien, dus staat ie soms rustig maanden achtereen aan met een gestaag groeiend laagje ijs op de koelelementen (terwijl het energieverbruik volgens Eneco met een laagje van 2 millimeter al met 10 procent stijgt).
En vanwege 'veel te vol' staat de deur ook nog regelmatig vrij lang open, omdat het nu eenmaal tijd kost bevroren broden uit een veel te krap nisje te wrikken.

Een vriezer van een jaar of acht oud, zoals de onze, verbruikt zo 300 à 350 kWh aan elektriciteit per jaar - ongeveer de opbrengst van één zonnepaneel. Meer stroom dan de gemiddelde vaatwasser, wasmachine of koelkast. En da's bij een efficiënte inzet, dus bepaald niet zoals wij het doen.

Terwijl we onze vriezer gebruiken voor producten die we welbeschouwd helemaal niet in hóeven te vriezen.
Een vriezer inzetten om te voorkomen dat je etensresten weg moet gooien is volgens het No Waste Network zo'n slecht idee nog niet - voedselverspilling levert namelijk meer milieuschade op dan de energie die het kost om eten te bevriezen. Maar wij leggen nooit restjes in de vriezer. Wij leggen er alleen enorme hopen brood in, en af en toe wat diepvriesgroente, zodat we minder vaak naar de winkel hoeven. En o ja: één fles limoncello waar we nooit een glas van nemen.

Terwijl je ook gewoon wat vaker naar de bakker kunt gaan en verse groente kunt kopen: heb je die hele vriezer niet nodig. Er zijn meer mensen die een tijd zonder vriezer of zelfs zonder koelkast kunnen.

Dus is, na een ietwat ongemakkelijk gesprek met mijn vriend, de vriezer drie weken geleden uitgezet. Bij wijze van experiment, met een vluchtroute: vindt hij op enig moment dat we zonder vriezer te vaak met oud brood zitten, dan gaat de stekker er gewoon weer in.

Tot nu toe gaat het echter prima.

We hebben gemerkt dat brood dat nog niet is voorgesneden veel langer lekker blijft, ook in de koelkast of gewoon op het aanrecht. Blijft er een enkele keer toch wat brood over dat aan de droge kant is: ik heb de kunst van het wentelteefjes bakken en croutons maken herontdekt.
Groente waarvan we eerder een diepvriesvariant aanschaften, kopen we nu vers en wat korter van tevoren.
En that's that.

Er zijn trouwens handige lijstjes beschikbaar waarop je precies kunt zien in welke omstandigheden en bij welke temperatuur je groente en fruit het langst kunt bewaren: veel dingen doen het sowieso beter buiten de koelkast of vriezer. Heel cool is deze pagina met ideeën voor slimmere bewaarmethodes. Wel alleen geschikt voor creatieve types met technische inslag, overigens.


PS. Ik raad jullie met klem aan pakken diepvriesspinazie UIT een vriezer te halen voor je die ontdooit. Ontdooide, vergeten pakken diepvriesspinazie ruiken niet fijn.
Dat weet ik nu.
On the bright side: een bakje koffiedrab neemt dus écht nare geurtjes op - dat weet ik nu ook.