zaterdag 25 april 2015

Bloemen houden helemaal niet van mensen

Bloemen houden helemaal niet van mensen - alle mooie reclameslogans ten spijt.

Bloemen veroorzaken mensenrechtenschendingen in landen als Kenia en Afghanistan. Of komen uit energie slurpende kassen, die een bijdrage leveren aan de klimaatverandering die het de mensheid steeds heter onder de voeten maakt.

Wat op het eerste oog vrolijk oogt en heerlijk ruikt, blijkt bij nadere beschouwing vaak gedrenkt in olie en een geur van menselijke ellende.

Wie elke week een bosje bloemen koopt, heeft daarmee na een jaar de uitstoot van zo'n 450 kilogram koolstofdioxide veroorzaakt - een uitstoot van broeikasgassen die gelijkstaat aan een retourtje Amsterdam-Bordeaux met de auto. Of je bloemen koopt die zijn geïmporteerd uit een ander continent of geteeld in een Hollandse kas maakt weinig uit. De ene variant belast het milieu door de koeling tijdens het transport en het vervoer per vliegtuig, de andere door het energieverbruik in de kas. En het merendeel van de bloemen die we in Nederland kunnen kopen, kómt van een ander continent of uit een kas.

Geïmporteerde snijbloemen komen bovendien regelmatig van telers die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. Sommigen gebruiken agressieve methodes voor ongediertebestrijding, die ook de gezondheid van hun werknemers rechtstreeks bedreigen. Kinderarbeid is op sommige kwekerijen volkomen normaal. Velen betalen medewerkers belachelijk weinig. Er is op grote schaal sprake van seksuele intimidatie.

En de snijbloemen die we in Nederland kunnen kopen - onze gerbera's, chrysanten, rozen - komen steeds vaker uit landen waar deze misstanden in de bloementeelt voorkomen.

Er zijn wel uitwijkmogelijkheden. Er zijn initiatieven zoals dat van de Duurzame Bloemisten, die bloemen zo telen dat het een minimale impact op het milieu heeft: zonder chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest of kassen, op Nederlandse bodem. En er zijn meer labels met oog voor mens en milieu; op de site van Milieu Centraal vind je een overzichtje.

Maar in ons huis geldt voorlopig: geen gekochte bloemen. In onze vazen is alleen nog plek voor de madeliefjes die mijn dochtertjes plukken of de bloemen die we zelf in onze tuin hebben geplant.
Neemt iemand een bos voor me mee, dan zal ik die niet weigeren - maar zelf koop ik ze niet meer. Omdat álle bloemen die ergens bedrijfsmatig worden geteeld nu eenmaal een impact hebben op hun omgeving. Water verbruiken, voedingsstoffen. En ik het alleen maar eens kan zijn met de stelling zoals die in dit artikeltje ook wordt verwoord: wat niet nodig is, mag het milieu gewoon niet belasten.

En bloemen zijn mooi, fijn, maar als puntje bij paaltje komt: nódig hebben wij ze niet.

dinsdag 7 april 2015

Wat de pot schaft

Net na de jaarwisseling schreef ik een blogje over de snelste manier om je voedingspatroon duurzamer te maken: stoppen met vlees eten, of je vleesconsumptie in elk geval beperken. Naar schatting veroorzaakt veeteelt wereldwijd liefst 18 procent van de totale broeikasgasemissies en is de sector goed voor 80 procent van al het menselijk grondgebruik.

Al bestaan er grote verschillen tussen verschillende soorten vlees - step away from the cow! (zie p. 4 van link) - over het algemeen zijn niet-dierlijke producten de betere keuze. Minder vlees en zuivel eten is, om het milieu te sparen, een verstandige keuze.

Maar je kunt de milieu-impact van je voedselpatroon ook met andere instrumenten beperken. Voedsel blijft hoe dan ook een interessant thema voor wie zijn carbon footprint wil verkleinen: naar schatting wordt 20 tot 30 procent van alle broeikasgasemissies in de EU veroorzaakt door onze voedselconsumptie, van productiefase tot fornuis.

Deze aflevering van Tegenlicht - zeer de moeite waard - stipt overigens knelpunten in de voedselproductie aan waar ik nog nooit over had nagedacht.
Dat de ene groente een veel zwaarder beslag legt op de bodem dan de andere, bijvoorbeeld. Dat een gewas als de tomaat daarom vaker vraagt om extra bemesting met kunstmest, die in de regel bijproducten van olieraffinage bevat.
En dat het écht loont om te eten wat het seizoen in je eigen omgeving biedt, zodat er geen energie wordt gestoken in vliegtuigtransporten of het opwarmen van kassen. Op de site van Milieu Centraal vind je een uitgebreide groente- en fruitkalender, waarmee je kunt opzoeken welke gewassen nu in Nederland en Europa beschikbaar zijn van de volle grond.

Als je de boodschappen eenmaal hebt gedaan - liever met de fiets dan met de auto - kun je ook in je keuken nog een verschil maken. Een gaskookplaat is milieuvriendelijker dan elektrische kookplaten. Je bespaart ook energie met pannen die niet te groot zijn en niet meer water bevatten dan strikt nodig is, zodat je geen 'loze' lucht of overbodig water opwarmt. Kook met het deksel op de pan. En gebruik, om de energie van je kookplaat efficiënter te benutten, een snelkookpan of hooikist (die gaan op mijn verlanglijstje). Draai het vuur onder de pasta of rijst ook gerust halverwege de kooktijd uit: in een pan met deksel wordt ie alsnog gaar, al kost het soms een paar minuutjes extra.

Koop en kook ook niet te veel, zodat je geen of zo min mogelijk eten weg moet gooien: want met voedselverspilling bewijs je het milieu én je eigen portemonnee een slechte dienst.
En o ja: als je je verder wilt verdiepen in milieubewust koken, koop dan níet het boekje Voetprint Cooking. Soms wat warrig geschreven en iets te veel fantasieloze, vlakke recepten (het bijbehorende blog is overigens wel de moeite waard). 

Je kunt best milieubewust én lekker eten,  heb ik inmiddels ontdekt.
Mijn voedselbijbel blijft voorlopig Veg!, dat ik hier al eens eerder heb aangeraden.


vrijdag 3 april 2015

Beeldblogje: Upcycle Mania!

Het duurt wat langer dan ik graag zou willen, voor er op dit blog een nieuw bericht verschijnt.
Nu kan ik daarvoor de geijkte smoesjes opvoeren: druk met werk, kinderen, verplichtingen - enfin, jullie kennen de riedel.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb de laatste weken veel tijd die ik best aan dit blog had kunnen spenderen, gewoon aan iets anders besteed. Omdat ik het leuk vond. Omdat ik misschien wel een beetje verslaafd ben - verslaafd aan upcycling. Oftewel: dingen die je normaal gesproken weg zou gooien, een nieuwe functie geven zodat je er weer blij mee bent.
Nuttig om de hoeveelheid afval die je produceert te reduceren (daar schreef ik hier al eens over) - en ook gewoon iets waar je vrolijk van wordt.

Een paar voorbeelden, in afwachting van dat echte, inhoudelijke blog dat er binnenkort heus weer komt. Als ik een beetje ben afgekickt van mijn upcycle mania.

Van conservenblikjes en wol naar pennenbakjes

Een leeg potje, een leeg blikje, een kapotte ballon en wat wol; voilá, nog meer pennenbakjes

Een leeg blikje en een likje verf: een bestekhouder voor in de keuken

Een leeg potje, oude panty en restje wol worden een waxinelichtjeshouder

Van sojasausflesje en kruidenpotje naar minivaasjes

Lege wijnflesjes worden vrolijke decoratie

Kindershirt-met-rare-vlekjes wordt hip tasje om de lunch in mee te nemen

Van afgedragen spijkerbroek naar onderzetters



woensdag 11 maart 2015

Groen poetsen I: hoe schoon is de schone vaat?

Ik hoopte zó dat ik, na een lange maar productieve zoektocht, zou ontdekken dat de vaatwasser milieuvriendelijker is dan afwassen met de hand.

Helaas. In de vaatwasser schuilt een echte energieslurper. De machine is goed voor 4 procent van het elektriciteitsverbruik in het gemiddelde Nederlandse huishouden. En dat cijfer blijkt nogal geflatteerd, omdat zo'n veertig procent van de gezinnen geen vaatwasser heeft (zie p. 49 e.v.). Kijk je alleen naar de huizen waar daadwerkelijk zo'n ding stáát, dan blijkt ie ineens goed voor liefst 7 procent van het gemiddelde elektriciteitsverbruik.

Niet fijn voor je energierekening, ook niet voor het milieu. Een uurtje vaatwasser kost je zo 25 eurocent en levert bovendien een fikse CO2-uitstoot op.

Wie met de hand afwast, gebruikt daarvoor veel minder energie. Hoeveel het precies scheelt kon ik niet achterhalen, wel dat het verschil groot lijkt. Zo heeft Milieu Centraal het over een factor vier.

Dat het verschil nergens tot in de puntjes is uitgewerkt is logisch; zowel het verbruik van vaatwassers als het gedrag van menselijke afwassers verschilt enorm per geval. Toch blijft de conclusie dat je met een handafwas vanuit milieu-oogpunt altijd beter af bent, tenzij je water verwarmt met een elektrische boiler.
Dat heeft vooral te maken met de manier waarop water voor de afwas wordt verwarmd. Water opwarmen met aardgas is milieuvriendelijker dan met elektriciteit, die in Nederland nog bijna standaard uit sterk vervuilende kolencentrales komt (ook wel bekend als 'CO2-fabrieken'). Al zit je natuurlijk nog beter met zonneboilers.

Hoe dan ook: ik zet me in het vervolg vaker aan een handafwas. Bovendien loont het vanuit het oogpunt van afvalreductie ook om eens te kijken naar materialen. Zelf experimenteerde ik recent met zelfgemaakt afwasmiddel in een poging de berg verpakkingen verder te verkleinen. Geen succes; ik eindigde met een klonterig goedje dat vet niet verwijderde, maar uitsmeerde.
Anderen schijnen echter wel effectieve recepten te hebben gevonden, dus binnenkort volgt een tweede poging.

Ook op de markt, trouwens: milieuvriendelijke sponsjes en composteerbare vaatdoekjes.


woensdag 25 februari 2015

Een koe in elke kliko

De hoeveelheid afval die een gemiddelde Nederlander in een jaar 'produceert' weegt dik 500 kilo. Even veel als een jongvolwassen koe. Onvoorstelbare getallen, als je er echt over nadenkt.

Onze maatschappij kent nog grotendeels een cultuur van take, make, waste. We nemen grondstoffen, maken er iets van en danken dat na gebruik weer af - waarbij de oorspronkelijke grondstof verloren gaat. Die aanpak leidt tot grote schade aan het milieu, omdat we steeds nieuwe grondstoffen moeten bemachtigen. Bovendien is zo'n 'lineaire' economie gruwelijk inefficiënt. Hoewel momenteel zo'n 80 procent van het Nederlands afval op een of andere manier wordt hergebruikt, blijven er nog steeds miljoenen tonnen afval over die geheel uit de cyclus verdwijnen.

Zelfs restjes groente kun je hergebruiken.
De Grote Droom? Een circulaire economie, waarin enkel producten bestaan die aan het eind van hun levensduur een andere nuttige toepassing krijgen of vergaan. Een streven dat overigens niet alleen milieuvoordelen biedt, maar ook betekent dat bedrijven flink kunnen besparen op hun kosten. Volgens dit TNO-rapport, opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kan het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks miljarden extra verdienen als we snel overschakelen naar een circulaire economie.

Het bedrijfsleven is echter nog niet zo ver. Het fijne is: desondanks kún je ook nu al leven zonder afval. Er zijn mensen die dat hebben aangetoond. En gelukkig zijn er onder die pioniers een aantal die bloggen, om tips en ervaringen te delen.

Al lukt het in ons huis nog niet om afval geheel uit te bannen - vooral plastic verpakkingen blijken hardnekkig - hebben we de afvalberg wel verkleind.
Met veelal simpele maar effectieve maatregelen, zoals een 'ja/nee'-sticker bij de brievenbus. In plaats van wegwerpdoekjes gebruik ik nu meestal vochtige washandjes voor vieze peutergezichtjes. Recent kocht ik herbruikbare polyester groentezakjes, zodat we eindelijk af zijn van die (*piep*) zakjes voor groente en fruit in de supermarkt. En, een gadget voor groene nerds: op dezelfde site vond ik biologisch afbreekbare pennen.

Ik wen me bovendien steeds meer aan zaken niet weg te gooien, maar te hergebruiken. Op Pinterest wemelt het van de ideeën voor hergebruik of upcycling. Zo gaf ik deze winter niet toe aan de drang om waxinelichthouders te kopen, die me elk jaar rond Kerstmis overvalt. Ik maakte ze zelf, door glazen potjes en lege blikjes te pimpen. Het carnavalskostuum van mijn oudste - een dokterspakje - was drie weken geleden nog een afgedragen wit shirt van haar vader. Cadeautjes? Niet meer in cadeaupapier, maar in kranten, met stickers voor een vrolijk accent.

We hergebruiken ook voedselresten. Koffiedik blijkt bijvoorbeeld prima compost. Zelfs groente kun je recyclen. Op ons aanrecht groeien uit stompjes lente-ui, prei en losse steeltjes basilicum tegenwoordig nieuwe exemplaren, die we na een paar weken kunnen opeten.
En voor mensen met een wederhelft die daar geen veto over uitspreekt (hier wel dus): je kunt je gft-afval ook zelf thuis composteren.

Het lijken kleine stapjes - dat zijn het ook - maar alles bij elkaar maken ze zichtbaar verschil.

woensdag 4 februari 2015

De wasmachine wordt zuiniger - maar wij niet

Onze wasmachine gaf er vorige week, na vele jaren trouwe dienst, vastbesloten de brui aan.
Balen? Welnee. Ik stond juichend naast het apparaat: een kans om een energiezuinige opvolger aan te schaffen!

Een wasmachine is in een gemiddeld gezin goed voor zo'n 5 procent van het totale elektriciteitsverbruik (zie p. 7 van het gelinkte rapport), en daarmee een van de grootste verbruikers. Die energie is vooral nodig om het water te verwarmen waarmee we vlekken en nare geurtjes proberen weg te spoelen.

Een nieuwe machine is in de regel zuiniger dan apparaten die tien jaar geleden in de handel waren. Dit blog legt overigens op een toegankelijke manier uit hoe dat komt. Het energieverbruik van wat toen de zuinigste exemplaren waren, is inmiddels zo'n beetje het gemiddelde. En wasmachines met energielabel A+++ doen het nog een stuk beter.
(Overigens loont het de moeite ook binnen die categorie te vergelijken, want binnen de A+++-klasse bestaan grote verschillen in energieverbruik. Dat kun je zien aan het geschat jaarverbruik in kWh, dat gewoon op de nieuwe energielabels staat vermeld.)

Wasmachines worden dus steeds zuiniger: het elektriciteitsverbruik is sinds mijn eigen geboortejaar zo'n beetje gehalveerd.
Het slechte nieuws? Onze apparaten worden dan wel steeds efficiënter, de mensen die ze gebruiken maken die milieuwinst weer ongedaan.
Hoe slimmer onze wasmachines, des te 'slechter' ons wasgedrag. Nederlandse huishoudens zijn gemiddeld steeds vaker en inefficiënter gaan wassen. Zo laten we halfvolle trommels draaien en wassen we vaak heter dan nodig. Daarom is het de vraag of het totale energieverbruik voor de vaderlandse vuile was de afgelopen decennia niet juist is toegenomen (zie p. 14 in de link) - ondanks die zuiniger apparaten.

Tijdens mijn kleine studie naar zuinig wassen stuitte ik overigens op een eye-opener als het gaat om de ecostand, die veel machines hebben. Jaren gebruikte ik die stand zelf trouw. Wat blijkt: dat ecoprogramma kan er bij elke fabrikant anders uitzien, en is lang niet altijd de zuinigste optie.
Zelf koos ik bijna standaard voor de ecostand en 30 graden - tenminste, dat dácht ik. Pas vandaag ontdekte ik dat de ecostand bij mijn oude wasmachine automatisch een programma op 40 graden betekende. En die tien graden verschil, dat scheelt een kwart in het energieverbruik. Was je op 60 in plaats van 30 graden, dan verbruik je zelfs bijna dubbel zo veel elektriciteit.

De meest zuinige stand is volgens Milieu Centraal het katoenwasprogramma: die wordt dus de nieuwe favoriet. Hoewel ik altijd al probeerde de trommel zo vol mogelijk te stoppen voor ik de machine aanzette, zal ik daar nog beter op letten.
Onze eigen nieuwe aanwinst heeft overigens een grotere trommel. Dat betekent ook dat we minder wasjes hoeven te draaien, omdat er in één keer meer in past. Soms is bigger wel degelijk better.

(En o ja: als we het dan toch over wasmachines en energie hebben: kennen jullie deze fantastische TedX-talk?)

woensdag 21 januari 2015

Als voedselverspilling een land was

Als voedselverspilling een land was, was het na de Verenigde Staten en China de grootste vervuiler op aarde. En in die berekening is milieuschade die optreedt door veranderend grondgebruik - bossen en regenwouden die plaatsmaken voor akkers - niet eens meegenomen.

Al ons eten veroorzaakt uitstoot van broeikasgassen: in de productiefase, tijdens het transport, tijdens de bewerking en door bewaar- en verpakkingsmethodes. Voedselverspilling staat dus gelijk aan onnodige milieuschade. Elke kilo eten die je thuis weggooit, staat grofweg gelijk aan het verbruik van 1,3 liter benzine.

Hier aten ze dus geen hap van, die peuters.
De gemiddelde Nederlander mikt 14 procent van al het eten dat hij koopt later in de kliko. 'Echt afval', zoals schillen en pitten, niet eens mee gerekend. Prima eten, dat we zelf verkeerd bewaren, te laat opeten of gewoon niet lekker vinden. Goed voor gemiddeld 47 kilo verspild voedsel per Nederlander per jaar - omgerekend zo'n 150 euro aan boodschappen.
Alsof je een volle tank door de gootsteen giet.

Alle Nederlandse gezinnen samen gooien jaarlijks dus zo'n 800 miljoen kilo eten weg, of 2,5 miljard euro.
Daarvan zorgen vooral weggegooid vlees, zuivel, rijst en groente voor grote milieuschade, omdat die voedselcategorieën onderweg naar jouw bord voor de grootste uitstoot zorgen.

Bijna een derde van alle landbouwgrond op onze planeet wordt ingezet voor de productie van voedsel dat nooit wordt geconsumeerd. Als we op al die grond nieuwe bossen zouden aanplanten, zouden de bomen zoveel koolstofdioxide opnemen, dat het de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in theorie kan compenseren.

Denk daar eens over na. Onze planeet hóeft niet in deze situatie te zitten, als wij maar met z'n allen besluiten een aantal dingen fundamenteel anders aan te pakken. Andere dingen te eten, bijvoorbeeld. Niet meer te nemen dan we echt nodig hebben. Minder weg te gooien, respectvoller met de beschikbare ruimte om te gaan.

Tips om minder voedsel te verspillen vind je onder andere hier, hier en hier. Originele recepten met kliekjes vind je op dit vrolijke blog.

Maar denk vooral ook zelf nog eens na over maatregelen om verspilling te voorkomen. Sommige gewoontes zie je na een tijdje gewoon over het hoofd.
Hier in huis is het bijvoorbeeld lastig 'op maat koken', met twee peuters. De ene dag eten die alles op, de volgende nemen ze geen hap. Tot een maand of vier geleden verdwenen al hun restjes in de prullenbak. Pas toen ik er op ging letten, realiseerde ik me hoe bizar dat eigenlijk is.

Nu gaat alles wat overblijft de volgende dag mee naar mijn werk, als lunch; dat betekent winst op alle fronten.
Voor het milieu, natuurlijk. Maar het scheelt per week ook ongeveer een half brood en bijbehorend beleg aan inkopen: op jaarbasis goed voor een aardig bedrag. Ik eet nu bovendien meer groente, omdat die 's middags in mijn lunchtrommel zit: gezond!
En het scheelt óók nog eens tijd, omdat ik op ongeveer de helft van de dagen geen boterhammen meer hoef te smeren.